Ze liggen op de grond. Mijn ballen. Niet enkele. ALLEMAAL.
Waarom? Hoe?
Tja, soms gebeurt dat.
Ik kan het op die akelige hormonen steken. Zeggen dat ik in mijn slechte week zit. Dat zou gemakkelijk zijn.
Maar dat is niet de enige reden.
Het is een gevalletje van teveel hooi op mijn vork. Teveel willen tegelijkertijd.
Plus… het einde van de zomervakantie nadert snel. Veel te snel.
De agenda loopt vol, de kids worden zenuwachtig voor de start van het schooljaar, ik moet alles plannen, regelen, organiseren en alles uitlijnen voor het ‘nieuwe normaal’.
Daarnaast zit we in de drukste maand van het jaar op het werk, moet ik alle collecties kiezen voor het najaar en lopen wij naar het einde van ons boekjaar toe eind september.
Tel daarbij nog een huishoudhulp die 3 weken geniet van welverdiend verlof, de zon die vroeger ondergaat en gewoon… een KAKDAG!
En daar gingen ze. De ballen. Lekker allemaal tegen de grond.
Vanavond? Laat ik ze even liggen. Ben ik boos op de wereld, schrijf deze Krachtbrief en zwelg even in zelfmedelijden.
Morgen? Raap ik ze terug op.
Want dat is het leuke aan ballen. Als ze vallen, kan je ze oprapen. Misschien niet allemaal tegelijk, maar wel 1 voor 1.
Denk eraan… ballen mogen vallen. Ze gaan vallen. Je moet je alleen bukken en ze terug oprapen. Vandaag of morgen. Of de dag erna. Zolang je het maar doet.
Ik kan het en jij ook!